Stalking-stress

Zij die de afgelopen dagen al met bloeddoorlopen ogen een kaartje aan het kiezen waren bij De Standaard Boekhandel ( goh, wat zou ze nu het liefst gezien hebben, een wegvarend bootje op een idyllisch meer, of iets met bloemen?), zij die al hadden afgesproken om samen herinneringen op te halen over lang vervlogen tijden ( wat een geweldig fantastisch ongelofelijk TOPwijf was dat toch die Miss M!), zij die al in zak en as zaten, niet wetende hoe ze dit tragisch verlies ooit zouden verwerken:

 

TADAAAAAAAAA, ik ben er nog!

Ok, misschien maar half, maar beter half dan helemaal niet 🙂

 

Even een korte synthese van de afgelopen dagen ( of intussen weeral weken):

Mijn 2 “superfans” hadden klaarblijkelijk weer het Licht mogen aanschouwen en hebben met een onverwoestbare devotie besloten dat het nu écht wel te lang geleden was. Ze hadden al weken niet meer gesms’t  ( laatste bedreigingen en vuilbekkerij waren alweer van 10 januari geleden, écht wel niet verantwoord, een mens zo lang niets laten weten!), de nachten verliepen rustig ( geen nachtelijke telefoontjes, geen geklop op de rolluiken om dan met gedoofde lichten weg te rijden), zélfs geen valse Facebookprofielen.

Ik had het er nog over met een goeie vriendin van me, dat het zo stil en rustig was. Maar windstille dagen zijn meestal een dreigende voorbode van een hevige storm. Want in feite ben je geen seconde écht gerust. Je weet dat er opnieuw wat te gebeuren staat, de vraag is alleen wanneer. Een beetje terreur, maar dan in’t klein.

 

Mijn vrouwelijke intuïtie gaf me al aan dat er wat loos was. En die onderhuidse stress ( die intussen weeral bijna 2 jaar duurt), verandert van de ene moment op de andere in acute stress wanneer er weer aangetekende brieven in de bus vallen en de smsjes weer binnenstromen.  Ik stond bij wijze van spreken nét in derde vitesse, maar moest alweer terugschakelen. Want dat is voor mij zo een beetje wat stalking met me doet, ik moet leven met de handrem erop.

 

Ons oerinstinct geeft ons bij acute stress 2 opties: vechten of vluchten. En dat is wél iets dat verandert is: ik vlucht niet meer ( of toch niet meer zo snel en ondoordacht). Dus ik ben de afgelopen weken helaas weer actief in de tegenaanval moeten gaan.

Advocaten, recherche, politie, aangetekende brieven, aangetekende brieven die ongeopend weer worden teruggezonden. Je wordt in België ook door zoveel ontelbare regeltjes en wetten beperkt, dat het eigenlijk een strijd met ongelijke wapens is.

1 Verkeerde actie en alles is naar de ****** door procedurefouten.

 

Maar kom, we zijn er nog.  ’t Was weeral niet goed voor mijne tikker, maar ‘k heb het overleefd.

 

Op naar de volgende storm!

 

 

Miss M.

Met de billen bloot :)

eiwit-scheten-3

 

“Een zacht zuidwestelijk briesje trekt de komende uren over ons land.” Ik hoor het Frank zo zeggen.

Ik ben helaas niet zo van de diplomatie en welgewikte bewoordingen en ook van verkleinwoordJES krijg ik fameus het schijt. Dus neen, we gaan het niet hebben over windjes, protjes of scheetjes. Ik zeg het gewoon zoals het is, kort en vooral heel krachtig: Ik moet de laatste tijd heel erg veel scheten laten. En als ik zeg scheten, dan bedoel ik ook scheten. Proteïnescheten, de ergste in hun soort.

Ik zie de “eye-rolls” vanachter jullie computerschermpjes, maar mijn mede-lotgenoten zullen perfect begrijpen wat ik de laatste tijd doormaak. De combinatie van trainen, proteïneshakes en een drastisch veranderd eetpatroon heeft als niet zo fijne nevenwerking dat ik een godganse dag last heb van protesterende darmen. En het zijn geen zachte zuchtjes, zoals wanneer je een champagnekurk heel omzichtig losdraai.  Het is niet de voorzichtige flatulentie  van een iets oudere dame. Neen, het zijn knàllers, exact het geluid van een oude knalpot onder een verroeste Golf 2. Heelder Brabançonnes kan ik op erg symphonische wijze voorzien van een extra bas.

 

Alles wat voorheen zo vanzelfsprekend leek, blijkt plots geen sinecure meer te zijn. Als ik de instructrice in de bodypumples bij de squats op bootcampachtige wijze “ dieper, dieper dieper!!!!” hoor brullen, wordt mijn kop alleen maar roder en roder. En niet zozeer van het squatten, vooral van die billen op krampachtige wijze dicht te nijpen. Ook yoga-lessen zijn vanaf heden niet meer enkel (re)laxerend, maar vooral stresserend. Ik zal je de demonstratie besparen, maar geloof me vrij: Als ik de termen “ child’s pose” of “ downdog” nog maar hóór, voel ik spontaan de amper in te houden aandrang om de zaal uit te rennen.

 

Gelukkig ben ik inventief. Want het is gewoon een feit, wat eruit moet moet eruit. Maar dan wel op strategisch geplande momenten. Vlak voor ik de fitness binnenwandel nog snel even wat druk van de ketel laten is intussen een vast onderdeel van het fitness-ritueel. En als het echt niet anders kan en ik voel de westenwind de kop opsteken TIJDENS de les, dan het liefst als de muziek loeihard uit de boxen galmt. En intussen maar vrolijk en enthousiast meespringen en uitbundig meezwaaien met die armen. Dan waait ‘ ie sneller weg  :p

 

Dus lieve schatten, als ik na de les snel naar mijn auto spurt, het spijt me. Het is écht niet omdat ik geeen gedag meer wil zeggen. En de babysit, dat is ook maar een lame excuse. Maar eens de fitness uit, dan kan ik in mijn auto weer 5 minuutjes ongestoord en zonder vreemde blikken, lekker zitten stinken.

 

Miss M.

 

 

 

Piemelpijn

knakworstjes

 

“ Alarm, alam, uw broek wordt warm!”. Eén van de meest populaire deuntjes die we als 7-jarigen op de speelplaats scandeerden. Maar vandaag is er écht alarm ten huize Miss M.

Mijn 3-jarig zoontje heeft namelijk ZPEOGP, oftewel een Zeer Pijnlijke En Overdreven Geïrriteerde Piemel. In de volksmond ook wel bekend als een “piemelpijntje”. Omdat mijn kleine Monster naast de gebruikelijke pijntjes her en der ook wel eens last heeft van acute aanvallen van aanstelleritis, tilde Mama Monster in het begin niet ál te zwaar aan die piemelpijn. Ik maakte me meer zorgen om die schaar waar hij mee rondliep terwijl hij luidkeels riep “ ik wiiiiiiiil geen piemel meer, ik wil een muis!”  ( ter verduidelijking, dat laatste woord heeft hij niet van mij geleerd!)

 

Het leuke aan mama’s is dat ze naast mama, ook verpleegster/professionele billenpoetser, kuisvrouw, play-doh-expert/ kleuterbemiddelaar/monsterwegjaagbuddy én “eerstehulpbijpiemelpijnnoodlijn” zijn.  Een klein medisch ( maar zéér professioneel uitgevoerd, al zeg ik het zelf) medisch onderzoek van de kleine vriend, leerde me dat het aanstelleritisgehalte deze keer vrij beperkt was. Maar ook eerstehulpbijpiemelpijnnoodlijnen hebben hun beperkingen, dus deze case besloot ik wijselijk aan de papa over te laten, dat is ten slot van rekening een eerstehulpbijpiemelpijnnoodlijnmeteigenervaring. Intussen moesten de traantjes dus maar gedroogd worden met een beetje placebo toverwater.

 

De dag verstreek en de piemelpijn leek wat naar de achtergrond verdwenen te zijn.  Tot op het moment dat het kleine Monstertje midden in de nacht gillend wakker werd met een piemel die meer weg had van een knackworstje dat net iets te lang in de microgolfoven had gezeten. Niet zo best dus. Na Monster en Papa Monster om de beurt gekalmeerd te hebben ( piemelpijn is een gevoelig onderwerp voor overbezorgde papa’s), zaten we een kwartiertje later al op de spoedafdeling. En daar viel het verdikt voor de eerste keer: dit gaat niet zomaar genezen, hier gaat wel degelijk een schaar aan te pas komen. Leuk is anders, maar wat moet dat moet.

 

Intussen staat de afspraak bij de uroloog vast, en telt mama met een klein hartje de dagen af. Vooral de narcose bezorgd me spontaan koud zweet, maar ik hou in mijn achterhoofd dat het voor zijn eigen bestwil is.

 

Want geef toe: Pielmelpijn, dat is niet fijn.

 

 

Miss M.